|
|
| technohoek |
|
De opbouw van Nonux
|
De basis van Nonux wordt gevormd door een deel van de Linux-distributie Slackware (versie 11.0), van oudsher bekend om z’n eenvoud en robuustheid.
Deze is gemodificeerd met Linux kernel 2.6.24.2 en een voor Slackware geoptimaliseerde GNOME 2.16.3 versie, dropline GNOME.
Verder zijn de Nederlandstalige versies van de Firefox browser (versie 2.0.0.13) en OpenOffice.org (versie 2.4) geïnstalleerd.
Voor het maken van een Live CD is gebruik gemaakt van Linux Live scripts.
De keuze van geïnstalleerde software wordt hierbij bepaald door het doel van de distributie, zijnde een veilige, snelle en compacte
desktop. Zodoende is specifieke serversoftware (web/FTP-servers, etc.) weggelaten en is de Linux kernel geoptimaliseerd voor
desktopgebruik.
|
| begin pagina » |
|
GNOME documentatie
|
|
Nonux gebruikt een voor Slackware geoptimaliseerde GNOME-versie, genaamd dropline GNOME. Informatie hierover en een gebruikersforum zijn te vinden op
droplinegnome.org. Uitgebreide documentatie over GNOME zelf en een gebruikersforum zijn te vinden op
www.gnome.org/support.
|
| begin pagina » |
|
Installatiescripts
|
|
Het is mogelijk om de installatie op harde schijf via de Live CD uit te voeren op de commandline. Hierbij zijn twee Python-scripts van belang
die zich bevinden in de directory /hd_install. Het eerste script, nonux_install_run.py, zorgt voor een nieuwe installatie. Als parameter
moet een partitienaam worden meegegeven. Dit wordt dan zoiets als: nonux_install_run.py --device=/dev/hda1 . Het tweede script,
nonux_upgrade_run.py, zorgt voor een eventuele opwaardering van een reeds bestaande installatie van Nonux. Dit script kan zonder parameters
worden uitgevoerd. Beide scripts voeren vooraf veiligheidscontroles uit.
|
| begin pagina » |
|
Bootmanager instellen
|
Nonux maakt standaard gebruik van de bootmanager Lilo. Deze bootmanager wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie op de
harde schijf als Nonux het enige besturingssyteem is op de computer. Lilo zal daarbij geïnstalleerd worden in de Master Boot Record (MBR). Indien er sprake is van een multi-boot omgeving en er naast Nonux
ook MS Windows of de bootmanager Grub op de computer aanwezig is zal het installatieprogramma expliciet vragen of de Lilo bootmanager geïnstalleerd moet worden. Hierbij
wordt de bestaande bootmanager in de MBR van MS Windows of een ander commercieel pakket overschreven. Lilo verzorgt dan
zowel het opstarten van Nonux als de MS Windows-installatie(s). Naast het gebruik van alternatieve bootmanagers is het voor de
liefhebbers ook mogelijk om Nonux toe te voegen aan de standaard MS Windows bootmanager. Dit is een proces met enige haken en ogen, tevens moet hier een
aangepaste Lilo-configuratie voor worden gebruikt. Een beschrijving van alle benodigde stappen is te vinden op de volgende pagina:
http://jaeger.morpheus.net/linux/ntldr.php.
Het configuratiebestand van Lilo heeft de locatie /etc/lilo.conf en is eenvoudig aan te passen
met een tekstverwerker, bijvoorbeeld door het commando gedit /etc/lilo.conf & vanuit een terminalvenster
te gebruiken als gebruiker "root".
Informatie over Lilo is onder andere te vinden via de zogenaamde "man pages". Open daarvoor een terminalvenster en geef het
commando man lilo of man lilo.conf .
Een voorbeeld van een lilo.conf bestand voor Nonux waarbij Nonux zich op de tweede partitie en MS Windows zich op de eerste partitie
bevindt van de eerste IDE-schijf ziet er als volgt uit:
boot = /dev/hda
prompt
timeout = 300
append=" splash=silent"
initrd=/boot/initrd
vga=791
bitmap=/boot/liloboot.bmp
bmp-colors=0,251,233,251,229,233
bmp-table=60p,90p,1,18
bmp-timer=95p,400p,0,251,251
image = /boot/vmlinuz
root = /dev/hda2
label = Nonux
read-only
other = /dev/hda1
label = xp
boot-as = 0x80
|
Een gewijzigde Lilo-configuratie kan geactiveerd worden door het commando /sbin/lilo te
gebruiken. Lilo voert hierbij een veiligheidscontrole uit voordat de informatie daadwerkelijk weggeschreven wordt.
Het aanpassen van de Lilo-configuratie kan eventueel ook vanaf de Live CD. Dit is handig in noodgevallen of als tijdens de installatieprocedure
de Lilo bootmanager niet geactiveerd kan worden door bijvoorbeeld een "bijzondere" schijf- of partitieconfiguratie. Doe hiervoor
het volgende:
| » |
Start de computer op met de Nonux CD (dus als Live CD).
|
| » |
Open een terminalvenster, zie menu "Toepassingen/Systeemgereedschap/Terminalvenster".
|
| » |
Tik het commando su - .
|
| » |
Tik het commando mkdir /mnt/nonux .
|
| » |
Bekijk eventueel de partitie-indeling van de harde schijf om te achterhalen op welke partitie Nonux is geïnstalleerd.
Tik hiervoor het commando fdisk -l .
|
| » |
Maak de Nonux-partitie (bijvoorbeeld "/dev/hda2") benaderbaar met het volgende
commando mount /dev/hda2 /mnt/nonux .
|
| » |
Tik vervolgens het commando chroot /mnt/nonux . Alle commando's in het terminalvenster
worden nu rechtstreeks op de Nonux-partitie uitgevoerd. Het is nu mogelijk de boven beschreven wijziging van de Lilo-configuratie
uit te voeren. Het activeren door middel van het "/sbin/lilo"-commando kan enige waarschuwingen geven over "/proc/partitions" en
"video adapter", deze worden veroorzaakt door het gebruik van de Live CD en kunnen genegeerd worden.
|
|
| begin pagina » |
|
Software installeren
|
De combinatie van softwarecomponenten van Nonux is uitvoerig getest op stabiliteit en samenwerking. Het is mogelijk als gevorderde
Linux-gebruiker op eenvoudige wijze via internet zelf nieuwe software toe te voegen of bestaande componenten op te waarderen zonder
deze software zelf te hoeven compileren. Gezien het
feit dat dit de stabiliteit van de distributie in gevaar kan brengen, is dit voor eigen risico.
De volgende tabel geeft de diverse mogelijkheden weer:
Het installeren van software moet als gebruiker "root" worden uitgevoerd
(geef eventueel het commando su - in een terminalvenster om root gebruikersrechten te krijgen). Bij het opwaarderen van bestaande componenten
(behalve Firefox en OpenOffice.org) moet de
volgorde van bovenstaande tabel als voorkeursvolgorde worden aangehouden. Via de dropline-installer wordt bijvoorbeeld nieuwere GNOME-software
geïnstalleerd dan via slapt-get.
Vanaf Nonux versie 3.0 zijn in het menu en op het bureaublad van de beheerder (root) programmakoppelingen te vinden naar de dropline installer en een grafische versie van
het programma slapt-get, genaamd Gslapt.
Om automatisch elke dag omstreeks het middaguur de basis van Slackware eventueel bij te laten werken via het slapt-get systeem is een script aanwezig dat werkt in
combinatie met een cronjob. Om deze te activeren moet de cronjob uitvoerbaar worden gemaakt, dit kan via het commando
chmod +x /etc/cron.daily/update_slack .
Voor wijzigingen aan het GNOME-menusysteem zie de inhoud van de directory /usr/share/applications. Bestanden met de extensie .desktop worden
getoond in het menu. Bestaande menuopties kunnen ook verborgen/getoond worden door met de rechter-muisknop op de GNOME-"voet" in de menubalk te klikken
en de optie "Menu's bewerken" te kiezen.
|
| begin pagina » |
|
Nonux pakketten
|
Extra Nonux-software in de vorm van Slackware-pakketten zijn te downloaden vanaf de volgende locatie:
http://www.nonux.nl/download/packages/
Deze pakketten kunnen handmatig gedownload en geïnstalleerd worden of automatisch via het programma Gslapt voor pakketbeheer. Voor Gslapt dient
dan bovenstaande adres als bron toegevoegd te worden. Deze instelling is te vinden onder de menuoptie
Bewerk->Voorkeuren->Bronnen. Het zoeken op Nonux-pakketten kan via het steekwoord "nonux".
|
| begin pagina » |
|
Linux kernel source
|
|
Voor degenen die niet van het Slackware package-systeem gebruik willen maken, maar zelf software (of de kernel) willen compileren, zijn de Linux
kernel source en headers zoals gebruikt door Nonux te vinden op de FTP-server ».
|
| begin pagina » |
|
Terminal Server Client
|
De Terminal Server Client kan verschillende verbindingsprotocollen ondersteunen. In het geval van Nonux wordt het VNC-protocol voor verbinding met Nonux/GNOME-computers en het RDP-protocol om verbinding te kunnen maken met
MS Windows-computers en -servers standaard ondersteund. U kunt dit programma vinden onder het menu "Toepassingen/Internet/Terminal Server Client",
Voor het gebruik van een VNC-verbinding en het bepalen van het IP-adres zie de informatie over de VNCviewer.
Wat het RDP-protocol betreft kunt u onder andere verbinding maken met Windows XP/2003-computers (RDP versie 5) en Windows 2000/NT terminal servers (RDP versie 4).
|
| begin pagina » |
|
VNCviewer
|
VNC staat voor "Virtual Network Computing", een methode om op afstand via een netwerk (bijvoorbeeld internet) het
bureaublad van een andere computer over te nemen. Nonux gebruikt hiervoor het programma VNCviewer een onderdeel van het
softwarepakket TightVNC. U kunt met dit programma (te vinden onder menu
"Werkplek/Beheer/Bureaublad overnemen", vanaf Nonux versie 1.5 geïntegreerd met de
Terminal Server Client) dus een andere computer die een VNC-verbinding ondersteund overnemen.
Hiervoor is het noodzakelijk dat u het IP-adres van de desbetreffende computer weet. Mocht u een andere Nonux-computer willen
overnemen dan moet u eerst voor dit systeem de toegangscontrole instellen via het menu "Werkplek/Voorkeuren/Bureaublad op afstand".
Vervolgens kun u het IP-adres achterhalen via het menu "Toepassingen/Systeemgereedschap/Netwerkgereedschap". Kies
als netwerkapparaat Ethernet Interface (waarschijnlijk eth0 of wlan0). Bij IP-informatie is dan het IPv4 IP-adres te vinden.
Let op: Alleen toegangskodes worden als versleutelde informatie verstuurd, de rest van de gegevens niet. Dit zorgt ervoor dat het
gebruik via internet minder geschikt kan zijn als er vertrouwlijke informatie wordt verstuurd. Het is mogelijk voor de technisch
begaafden onder ons een beveiligde VNC-verbinding op te zetten met behulp van SSH. Zie hiervoor de volgende webpagina:
http://www.vanemery.com/Linux/VNC/vnc-over-ssh.html.
|
| begin pagina » |
|
Schaduweffecten
|
Het is mogelijk schaduweffecten onder vensters en menu's in te stellen. Zie hiervoor het menu "Werkplek/Voorkeuren/Schaduweffecten".
U kunt hier een keuze maken uit drie soorten schaduweffecten. Het gebruik van deze effecten stelt hoge eisen aan de snelheid van de processor in uw computer. Om soepel te
kunnen werken is een processor met een minimale snelheid van 1,5 GHz aan te bevelen. Een snelle grafische kaart die door Linux ondersteund
wordt kan ook bevorderend zijn voor de snelheid van de schermopbouw.
|
| begin pagina » |
|
| vraag |
|
Deze pagina gelezen en geen antwoord gevonden? Stel een vraag:
|
|
| begin pagina » |
|
|
|